#17 Mosterdzaad en macht: welke maatschappelijke invloed past bij christenen?
Hoe verhouden christenen zich tot de politiek? Een relevante vraag in verkiezingstijd. De visies lopen flink uiteen. Daan dook erin en vond, geïnspireerd door een gelijkenis van Jezus, handvatten.
De moord op de jonge politieke activist Charlie Kirk maakte veel los. Kirk profileerde zich als uitgesproken conservatief. Hij bereikte met zijn debatten veel mensen, veelal jongeren. Hij sprak over het traditionele huwelijk, migratie, abortus, gender en (teveel) vertrouwen in de overheid, steeds met het beroep op christelijke waarden’, terwijl hij openlijk beleed dat Jezus zijn Heer was.
Aan de andere kant van het politieke spectrum protesteren net zulke overtuigde christenen op straat, zoals tegen de oorlog in Gaza en voor klimaatrechtvaardigheid.
Als Verspieders hebben we, naar aanleiding van de moord op Kirk en demonstraties, de laatste tijd veel gesprekken gevoerd met elkaar over de verhouding tussen geloof en kerk versus politiek en maatschappelijke invloed. Hoe verhouden die zich tot elkaar? Zelf heb ik natuurlijk een politieke voorkeur. Tegelijk heb ik nooit heel bewust nagedacht hoe ik deze verhouding zie.
Tijd om daar verandering in te brengen.
Maar waarom gaat deze nieuwsbrief hierover? Als Verspieders zijn we bezig met de toekomst van geloof en kerk. We geloven dat het belangrijk is om inzicht te hebben in verschillende opvattingen over kerk vs. politiek. We leven in een tijd die spannend is, steeds sterker gepolariseerd in loopgraven en vol online rabbit holes. Vanuit dezelfde bron, en met evenveel passie, kan de ene christen heel anders naar de politiek kijken dan de ander en die ander daarop flink afvallen. Daarom stel ik mezelf - en ook jou - de vraag: waarom denk ik zoals ik denk? Daarom schets ik een overzicht van verschillende visies, zonder de illusie compleet te zijn of er helemaal recht aan te doen.
Ik wil het niet bij overzicht laten. Ik wil ook zelf richting vinden. Wat zijn voor mij uitgangspunten om me als christen te verhouden tot politiek en maatschappelijke invloed? Ik vond daarin houvast in een hele korte gelijkenis van Jezus uit Matteüs 13. Over het mosterdzaad.
Maar eerst start ik met overzicht.
Het Koninkrijk van God vs. aardse politiek
Er zijn verschillende begrippen waar we eerst duidelijkheid over moeten hebben. Ten eerste over het koninkrijk van God en de kerk. Het Koninkrijk is Gods heerschappij over heel de schepping: in Christus nabij gekomen, nog niet ten volle zichtbaar. De kerk is de gemeenschap die dit Koninkrijk verkondigt en belichaamt.
Het Koninkrijk is nu én nog niet. We kunnen het niet bouwen of bespoedigen; we ontvangen het waar Jezus door zijn Geest present wordt. Het gaat primair niet om wereldverbetering of een set aan morele waarden, maar om relatie en aanbidding: mag Christus regeren in mijn leven en in de kerk? Dat herschikt onze wil, verlangens, denken en doen. We gaan dingen daardoor anders bekijken, we gaan anders met elkaar om, en ontspannen in wat wij voor elkaar moeten krijgen omdat God werkt - door ons heen.
Zo is de kerk een zichtbare uitdrukking van het Koninkrijk in de wereld: wij wijzen ernaar met woorden en daden en door iets van zijn kracht te laten zien. Maar kerk en Koninkrijk zijn niet hetzelfde.
Onder elk samenlevingsmodel liggen ideeën. Bijbel en christelijk geloof voeden zulke ideeën, vaak via een politieke filosofie. Tegelijk verschillen christenen stevig van inzicht: zoek je macht om zoveel mogelijk ‘christelijke waarden’ door te voeren, of houd je afstand? De moord op Charlie Kirk wakkerde dat debat opnieuw aan. Ik sprak met velen, niet in de laatste plaats mijn mede-Verspieders Henk-Jan en Nelleke, over de vraag hoe christenen zich verhouden tot maatschappelijke verandering, en in het bijzonder tot de politiek.
Zes verschillende houdingen
Door de eeuwen heen hebben christenen verschillend gedacht over hoe de kerk zich tot de staat, de politiek en de wereld moet verhouden, met op de achtergrond het idee van het Koninkrijk van God. Ik bespreek kort zes visies die in de loop van de tijd zijn ontstaan. De zes visies die ik wil bespreken zijn: 1) theocratie 2) twee koninkrijken 3) terugtrekking 4) profetisch-kritisch 5) transformatie 6) politiek activistisch.
1. Theocratie. Theocratie betekent letterlijk: regering van God. Het idee is dat geloof en politiek bij elkaar horen, en dat de overheid het christelijk geloof moet ondersteunen en laten zien in wetten en beleid. Dit begon al in de tijd van de Romeinse keizer Constantijn, die in 313 het christendom een officiële plaats gaf in de staat. Het gevaar hiervan is dat de kerk, geloof en macht teveel in elkaar verstrengelen. Daarnaast zijn er allerlei gradaties van theocratie. De SGP in ons land staat ook een vorm van theocratie voor, maar binnen een liberale democratie zoals we die in Nederland kennen.
De hervormde theoloog Arnold van Ruler had weer een heel ander, een heel eigen geluid als het gaat om theocratie. Hij zei dat een volmaakte theocratie op aarde nooit haalbaar is, dat we hoogstens flarden kunnen zien. En hij zei ook dat maatschappijhervorming nooit het doel kan zijn voor de kerk. De focus ligt bij hem op de kerk, die als de bron van het leven gezien wordt, ten dienste van de wereld. Hij vond dat de staat een dienende taak heeft richting de kerk. De staat moet zorgen voor vrede, veiligheid en gerechtigheid, zodat het christelijk geloof vrij verkondigd kan worden. Het gaat om veranderde mensen die, op die manier in de wereld, de politiek en de maatschappij staan. Die wereld die óók van God is. Dat christenen daar actief zijn is dus logisch. Wel altijd met het idee dat het nooit helemaal zal lukken. Dat gebeurt pas als Jezus terugkomt. Wij mogen er als het ware een beetje op vooruitlopen.
2. Twee koninkrijken. Volgens de leer van de twee koninkrijken, ontwikkeld door reformator Luther in de traditie van het denken van kerkvader Augustinus, regeert God de wereld op twee manieren:
Het geestelijke koninkrijk: Dit is de kerk, waar God regeert door het Evangelie. Hier gelden de principes van liefde en genade.
Het wereldlijke koninkrijk: Dit is de staat en de maatschappij, waar God regeert door de wet en gerechtigheid.
Dit model stelt dat kerk en staat gescheiden moeten zijn. De kerk richt zich op geloof en spiritualiteit, terwijl de staat orde handhaaft. Deze visie beschermt de kerk tegen overheidsbemoeienis en geeft gelovigen een basis voor loyaliteit aan de staat. Het belangrijkste kritiekpunt is dat deze strikte scheiding tot passiviteit kan leiden. Christenen kunnen zich beperken tot ‘geestelijke’ zaken, zich richten op de hemel die komt en zich onttrekken aan maatschappelijke betrokkenheid, omdat ze politieke en sociale kwesties zien als buiten hun ‘rijk’.
3. Terugtrekking. Het principe van terugtrekking is dat christenen zich bewust afzonderen van de dominante maatschappij. Het gaat dan om de weigering om zich te conformeren aan wereldse waarden en juist pacifisme na te streven. Het gaat dan bijvoorbeeld over de vraag of je de wapens zou opnemen als je land in oorlog komt. Zo hoorde ik laatst van een Oekraïense professor en baptistenvoorganger wat voor loyaliteitsconflicten die kan opleveren in kerken. Verdedig ik mijn land tegen de Russen als soldaat? Houd ik me aan pacifistische principes terwijl ik blijf? Of sla ik op de vlucht?
Historisch gezien is deze visie verbonden met de Anabaptisten, zoals de Amish, die de maatschappij als fundamenteel zondig zien. Ze leven in afgescheiden gemeenschappen en weigeren overheidsfuncties te bekleden. Hoewel ik het idee heb dat dit aan het veranderen is, zitten vanouds veel evangelische christenen op deze lijn. Zo sprak ik laatst op het schoolplein een andere vader die naar een Zoeklicht-achtige gemeente gaat. Zij geloven: de wereld is het domein van de satan. Deze materiële wereld is zondig. Wij moeten volhouden tot De Opname. Ik doe hoogstens wat goeds voor mensen om me heen en in mijn buurt als het om maatschappelijke betrokkenheid gaat, maar ik stem niet en ik heb niet de illusie dat ik iets ten goede kan veranderen in deze wereld.
Er is ook een andere variant van terugtrekking, zoals verwoord door onder andere de theoloog Stanley Hauerwas. De focus ligt dan op het zijn van een getuigenis als kerk. Het is een actieve keuze om een tegencultuur te vormen die de maatschappij een spiegel voorhoudt. Het doel is niet vermijden, maar het leiden van een authentiek christelijk leven dat zich verzet tegen consumentisme en individualisme.
4. Profetisch-kritische presentie. In deze benadering staat de kerk naast de politiek, niet erin, niet erboven, niet er los van. Ze is zichtbaar in daden van zorg, gastvrijheid, gerechtigheid en vrede: diaconaat, open tafels, trouwe nabijheid. Geen macht, wél presentie; niet regeren, wél dienen. Dit past bij onze seculiere context: de kerk is één speler op het publieke plein. Voordeel: focus op evangelie en missie.
Maar er wringt iets. Wordt de kerk zo niet een fluisterstem? Wat zegt zij - als één van velen -over Israël en Gaza, over vluchtelingen?
Verdunnen christelijke waarden niet in een zee van levensbeschouwingen? En kan staatsneutraliteit doorschieten naar dwingend atheïsme, waarbij geloof achter de voordeur verdwijnt? De opgave: blijf een prikkelende, overtuigende stem. Niet heersend, wél hoorbaar. Hoe spreekt een kerk die uit talloze splintergroepen bestaat met één helder geluid? En hoe bundel je die stem als het land echt de verkeerde kant op dreigt te gaan?
Ik zie deze houding vooral terug bij de Protestantse Kerk in Nederland, zoals in de ‘brief van de scriba’ die Kees van Ekris recent schreef. Het zit ook sterk in de theologie van de Anglicaanse theoloog Samuel Wells, die in zijn theologie sterk werkt vanuit de gedachte ‘zijn met’. Immanuel betekent God met ons. In die gedachte staan we naast mensen en werken we bijvoorbeeld niet voor hen. Ook het kerkasiel in Kampen, dat nog steeds doorgaat, is zo’n voorbeeld daarvan.
5. Transformatie. Dit is een visie die stelt dat christenen de hele samenleving moeten doordringen en positief moeten veranderen. We zijn geroepen de maatschappij een bepaalde kant op te duwen. Dat doen mensen met andere ideologische overtuigingen immers ook. In Nederland kennen we dit vanouds vanuit het neocalvinisme. Deze visie, sterk beïnvloed door Abraham Kuyper, een zeer invloedrijk politicus en theoloog die leefde in de 19e en het begin van de 20ste eeuw, is onder andere gebaseerd op het idee van ‘soevereiniteit in eigen kring’. Dit betekent dat verschillende maatschappelijke domeinen zoals gezin, kerk en staat elk hun eigen, door God gegeven, gezag hebben en niet over elkaar mogen heersen.
Het christelijk geloof dient in deze visie alle aspecten van het maatschappelijke leven te vormen. Tegelijk wordt er in deze visie wel duidelijk onderscheid gemaakt tussen christelijk en niet-christelijk. Gelovigen worden actief opgeroepen om deel te nemen aan alle aspecten van het maatschappelijke leven. Met als doel om bijvoorbeeld via christelijke politiek, onderwijs, vakbonden en journalistiek een maatschappelijk transformerende beweging in gang te zetten. En ook een theologische visie waaruit ideeën over rechtvaardigheid, economie en onderwijs worden ontwikkeld.
Deze manier van denken kent wel valkuilen. Want eerlijk is eerlijk, de politiek en de maatschappij zijn vaak minder maakbaar dan je denkt. Maar je kunt ook te optimistisch zijn over wat er vanuit het geloof daadwerkelijk bereikt kan worden, al geloven we in de macht van God. Als je hier zo druk mee bezig bent, kun je maar zo de opdracht van Jezus om vanuit de verwachting van het komende koninkrijk te leven… verliezen. Ook kan er een onderwaardering ontstaan voor kerk en liturgie. Het moet immers in de maatschappij gebeuren.
6. Politiek activisme. In dit spoor wordt de kerk een motor van politieke actie. Gelovigen worden gemobiliseerd om zich in te zetten voor bevrijding of juist verdediging van waarden. Aan zowel de linker- als rechterkant van het politieke spectrum lijkt deze beweging te groeien. De bevrijdingstheologie in Latijns-Amerika streed tegen armoede en onderdrukking; in de VS organiseerde dominee Martin Luther King de burgerrechtenbeweging. Maar ook bewegingen als Turning Point Faith van Charlie Kirk passen in dit spoor, al leggen zij de nadruk juist niet op bevrijding, maar op het verdedigen van of teruggaan naar traditionele waarden. Daamee wordt dan vaak het aanmoedigen van het huwelijk tussen man en vrouw bedoeld, het tegen abortus zijn, de weerstand tegen bepaalde manieren denken over gender, en uberhaupt de kritiek op woke-links, zoals dat wordt genoemd. Kirk drukte dat zelf als volgt uit:
Te lang heeft Gods volk zijn verantwoordelijkheid om het publieke debat te betreden verwaarloosd, in de overtuiging dat zijn rol begint en eindigt bij de preekstoel” Wat we nu nodig hebben, is een nieuwe Great Awakening om de Great Reset te stoppen. We moeten onze republiek redden van de seculiere vernietiging.
De kracht van dit spoor is de urgentie: geloof krijgt directe maatschappelijke impact. Een kritische kant is dat het koninkrijk van God een politiek en maakbaar project kan worden. Door kerk en geloof te verbinden aan een politieke stroming, kan het ook andersdenkenden uitsluiten. Dat lijkt me niet goed vanuit geloofsperspectief. Zo kunnen christenen ook de neiging ontwikkelen om politieke leiders te steunen die haar waarden vertegenwoordigen, zelfs als die leiders een onchristelijk gedrag vertonen. Je kunt wel invullen over wie ik het dan heb.
Laat je niet vangen
Ik geloof dat de waarden van het koninkrijk van God laten zich niet vangen in één politieke stroming. Ze komen in het hele politieke spectrum terug. Daarom een aantal tips:
Laat je als leerlingen van Jezus niet vangen in hokjes, zoals links en rechts, conservatief en progressief.
Wees in maatschappelijk opzicht niet te zeker van een bepaald frame. Wees oneindig nieuwsgierig. Blijf doorvragen hoe andere mensen hiernaar kijken en onderscheid vervolgens of er waarheid in kan zitten?
Tegelijk kan het daar niet bij blijven, uiteindelijk hebben we als burgers van het aardse koninkrijk ook een verantwoordelijkheid. Daarom heb ik nagedacht hoe ik hier als christen in sta. Ik ga geen stemadvies geven - al weet ik natuurlijk wel op wie ik binnenkort ga stemmen. Maar ik deel wel waarom ik het belangrijk vind om bewust als christen een positie te kiezen.
Gelijkenis van het mosterdzaad
Er is gelijkenis van Jezus die me heeft geholpen. Het gaat om de gelijkenis van het mosterdzaad, te vinden in Matteüs 13:
Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand in zijn akker zaaide. Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een boom, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.’
Iets verderop in Matteüs 13 zegt Jezus: de akker is de wereld. Dat is voor mij een kernzinnetje. Het betekent dat het zaad, dat de kinderen van het koninkrijk vertegenwoordigt, niet in de kerk blijft, maar bedoeld is voor de wereld. Dáár moet het koninkrijk tot uitdrukking komen. Uit Jezus’ gelijkenis trek ik drie lessen.
1. Het begint klein.
Jezus maakt duidelijk dat Zijn Koninkrijk niet donderend de wereld binnenkomt, maar als een mosterdzaadje. Minuscuul, ogenschijnlijk onbeduidend. Dat betekent dat we niet starten, niet bij de wereld veranderen, maar bij ons eigen hart. Daar worden je diepste overtuigingen omgeploegd. Gods woord wordt geplant; van daaruit groeit reikwijdte: in je huis, buurt, collegezaal, kantoor—ook als niemand kijkt. Eerlijkheid. Betrouwbaarheid. Aanwezigheid. Dat groeien ziet eruit als vrucht. Wie leeft met Jezus, wordt gevoed en gevormd. Galaten 5 noemt het resultaat: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.
Het beginpunt is Gods verkiezende liefde. Hij reikt reddend uit. Om niet. Die genade kostte alles: het kruis keert de logica van de wereld om. Dáár gaat het in de kerk om: om ontvangen identiteit. Zonde is dan eerst een identiteitsvraag: waarop bouw jij wie je bent? Werk, status, aandacht? Of op genade? Genade bevrijdt van erkenning-als-prestatie. Het is belangrijk dat in de kerk dit keer op keer gepredikt en geleefd wordt: niet wat jij doet definieert je, maar wie je in Christus bent. Geliefd. Daarom is het primaire doel niet macht of maakbaarheid. Een christelijk land is, met Van Ruler, geen ideaal om na te jagen maar een wonder om te ontvangen. Mijn leven is een wonder; ik doe wat God mij hier en nu te doen geeft. Pas dus op voor schema’s en blauwdrukken. Begin klein. Plant. Koester. Laat groeien.
2. God laat groeien, wij geven ruimte
Wij laten het zaad niet groeien; God doet dat. Hij zaait, Hij brengt tot wasdom. Dat geeft ontspanning. Onze roeping: zó aanwezig zijn dat er ruimte ontstaat voor die groei.
Hier raken we Van Ruler en Kuyper, vormen van theocratie en transformatie. Van Ruler zegt: de staat moet ruimte bieden aan verkondiging. Kuyper zei: christenen moeten ook in de maatschappij aparte instellingen vormgeven om de uitholling van het geloof te voorkomen. Tegelijk bouwen christenen mee aan het algemeen belang, onrecht remmen, het goede bevorderen. Belangrijk, maar wel in een bepaalde nederigheid dus. Wij krijgen het ten diepste niet zelf voor elkaar. En we zijn ook niet geroepen om staat en politiek te domineren.
Iemand die me erg inspireert is William Wilberforce. Zijn verhaal begint niet in het parlement, maar in het hart: een radicale bekering, geraakt door zonde én bevrijdende genade. Rond hem groeide de Clapham Sect (vernoemd naar een wijk in Londen waar veel van hen woonden), christenen die geloof niet opsloten in de privésfeer, maar het lieten doorwerken in armoedebestrijding, onderwijs, gevangenishervorming en de strijd tegen de slavenhandel. Voor Wilberforce was slavernij geen louter politiek dossier, maar een zonde tegen God en mens. Daarom hield hij stand. Jaren van pamfletten, getuigenissen, lobby; herhaalde nederlagen, volharding. Tot de afschaffing van de slavenhandel er kwam.
Zijn strijd was politiek én geestelijk. Het evangelie leert dat ieder mens naar Gods beeld is; dáárom moet onrecht wijken. Wat mij raakt is de theologie die praktisch is: geloof dat handen en voeten krijgt. Niet top-down in een theocratie, maar bottom-up: ideeën en daden zo helend dat samenleving en staat ze overnemen.
Het doel van religie - en de glorie van het christendom - is hartstochten te temmen, geweld te beteugelen, ons meelevend, vriendelijk en vergevingsgezind te maken, en actief in onze sociale en burgerlijke verantwoordelijkheid.
Wilberforce laat zien: kerk en politiek zijn verschillend, maar gelovigen worden in de kerk gevoed om buiten verschil te maken. Ook politiek. Met één waarschuwing: laat niet de politiek, maar de kerk van Christus de belangrijkste vormingsplek blijven.
3. Onze inzet is eschatologisch, we handelen vanuit de zekere toekomst van Gods Koninkrijk.
Het mosterdzaad is minuscuul, maar groeit tot een struik waar ‘de vogels van de hemel’ nestelen. Dat is een eschatologisch beeld: Gods Koninkrijk breekt door en omvat alle volken, zoals in de Bijbelboeken Daniël, Ezechiël en Openbaring te vinden is. Klein begin, universele uitkomst: een gastvrije plek waar velen thuis mogen komen.
Die gastvrijheid is Gods hartslag. In Jezus opent de God van Israël zijn armen: wij, vreemden en zelfs vijanden kregen ruimte door zijn kruis en opstanding. Vanuit die uitnodiging oefenen wij gastvrijheid: een kerk die beschutting biedt, huizen met open tafels en een vrij bed voor wie nood heeft. Ook voor wie vreemd of vijandig tegenover geloof staat. Gastvrijheid is ruimhartig én verantwoordelijk: niet elk huis kan alles dragen; weten wat je kunt bieden hoort erbij. Dat is bijvoorbeeld relevant als het gaat om migratievraagstukken. Maar het betekent Bijbels gezien ook éérst kijken naar de minste, de laatste, de kwetsbare. Zelfs onze tegenstanders. Iedereen mag erbij horen, zeker zij. Henri Nouwen zegt het mooi: gastvrijheid schept vrije ruimte waarin de vreemdeling tot vriend kan worden. Geen dwang tot verandering, maar ruimte waar verandering kán gebeuren.
Ruimte maken, zodat het Koninkrijk kan groeien. Concreet betekent dit voor mij dat ‘het goede leven’ wordt gestimuleerd, verantwoordelijkheid op allerlei niveaus wordt genomen en het zwakke wordt beschermd en geholpen. Toch zal het beperkt blijven en kijken we vooral uit naar de defintieve doorbraak van het hemelse koninkrijk.
Conclusie
Zoals je ziet, probeer ik niet om Jezus’ evangelie direct door te vertalen naar de politiek. Dat kan niet. Het gaat me om een basishouding van christenen die zich verhouden tot de staat, tot politiek en maatschappelijke invloed. Het helpt daarbij wel om meer zicht te hebben op verschillende visies die christenen hebben als het om politiek gaat. Dat maakt het gesprek helderder, directer en beter. Voor mezelf kom ik tot de volgende conclusies: 1) de hele wereld is Gods domein, niet alleen de kerk. De kerk, zo zou je kunnen zeggen, heeft een gewetensfunctie voor de wereld. Bovenal is het de plek waar de mens Christus verkondigt krijgt. 2) Christelijke betrokkenheid bij de wereld begint in de binnenkamer en in de kerk(dienst) bij de aanbidding en de liturgie. Daar waar we Gods genade inademen. 3) We zijn geroepen om ruimte te creëren voor het koninkrijk en om kwade, zondige, doodmakende krachten op afstand te houden. Die leren we onderscheiden door goed theologisch onderwijs en Jezus dagelijks te volgen. 4) Jezus Christus volgen is een weg van nederigheid en dienstbaarheid. Wij kunnen de wereld niet redden en onze veranderkracht is beperkt. Maakbaarheid is ons vreemd. We zijn beperkte mensen die vooral tot ons recht komen als we God door ons heen laten werken.
Ik hoop dat deze basishouding jou helpt om bewuster naar de stembus te gaan, te reflecteren op de aannames die je als normaal hebt aangenomen én om je milder te stemmen over christenen met andere visies.
Dit essay is een bewerkte versie van een aflevering van podcastserie De Leerlingen




Inspirerend en helpend, alleen mis ik de plaats van de bergrede in wat dit betekend voor ons politiek, sociaal maatschappelijk handelen als christenen.