De ondernemer en de kerk: zegen, risico en noodzaak
Ondernemers dragen jaarlijks miljoenen bij aan de kerk. Maar ondernemerschap is meer dan geld, ziet Henk-Jan: de populariteit ervan verandert ook onze blik op de kerk. En het verandert de kerk zelf.
Een droom, 50.000 euro en een boardroom
Acht jaar geleden had ik (Henk-Jan) een droom samen met mijn maatje Felix Govers: zou het helpen als er een plek is online waar jonge mensen als ons dagelijks bemoedigd en geïnspireerd worden in hun geloof? Gewoon op de plek waar ze zijn: online, op sociale media.
Met dat plan gingen we als gelovige mediamakers praten met de EO en de PKN, maar daar was de tijd niet rijp. Ons volgende adres was AFAS, het bedrijf dat van mede-oprichter Piet Mars multimiljonair maakte en een van de grootste filantropen van ons land.
De meeting staat in mijn geheugen gegrift. Felix en ik liepen als broekies met een droom de boardroom in met de vraag om de eerste fase van ons plan (vooral research) mogelijk te maken met 25.000 euro. Een uurtje later stonden we weer buiten, met 50.000 euro, want daar kun je tenminste iets mee, aldus Piet.
Anno 2026 staat er met onze Move Community een bloeiende stichting waarmee we onze droom verwezenlijken en wordt het belang van investeren in jonge generaties online breed erkend. De EO zet volop in op online platforms voor twintigers en de PKN is al jaren een belangrijke partner (ook financieel) van onze Move Community.
Dit voorbeeld staat niet op zichzelf. Het laat zien hoe ondernemende christenen met hun lef en geld fungeren als aanjagers, vernieuwers en ondersteuners van christelijk (missionair) werk.
En dat valt meer mensen op. Eind januari wordt Zakendoen georganiseerd op initiatief van onder meer Royalis (van ex-Coolblue baas Bart Kuijpers) en de Evangelische Omroep. Het richt zich specifiek op de rol van ondernemers in Gods Koninkrijk, want ondernemers hebben grote invloed in christelijk Nederland en daarnaast is ondernemerschap een steeds belangrijker thema in de kerk. Drie ontwikkelingen staan centraal volgens mij:
Ondernemen met God en elkaar. Ondernemers zijn zich bewuster van hun rol en plek in Gods Koninkrijk en verlangen er naar van betekenis te zijn met de ‘talenten’ die ze ontvangen hebben.
Ondernemers en hun geld. Christelijke ondernemers geven tientallen miljoenen weg per jaar en dat is op veel plekken cruciaal voor de kerk. Maar mag de kerk er ook voor de ondernemer zijn?
Ondernemerschap is steeds populairder in de kerk om goede redenen. Maar er liggen ook gevaren op de loer.
1. Ondernemen met God en elkaar
Sinds een tijdje ben ik aangesloten bij ondernemersnetwerk Logos. Vier keer per jaar komt een groepje mannen (er zijn ook initiatieven voor vrouwen, maar Logos is alleen voor mannen) bij elkaar van vrijdagmiddag tot zaterdagmiddag. Regel is dat er geen zaken gedaan worden. In plaats daarvan wordt je uitgedaagd je ziel bloot te geven, wordt er gezongen, gebeden, lekker gegeten en is er inhoudelijke verdieping. Het doet me altijd goed er te zijn.
Natuurlijk is het soms wat akward (zingen met een slecht boxje ter begeleiding is nooit een goed idee), maar in essentie is het helend voor de ziel en helpt het om als ondernemer je plek in te nemen als mens, professional en in de context van Gods koninkrijk en zo helpt Logos bij de ontwikkeling van christelijk leiderschap.
Logos is zeker niet de enige plek waar christelijke ondernemers samenkomen. CBMC, Business as Mission (BAM), Europartners, Gids Netwerk en anderen fungeren als netwerken voor ontmoeting en ondersteuning.
Daarnaast kun je als christelijke ondernemer inmiddels terecht bij talloze mensen die je helpen met coaching, gebed, profetie of training. Bekend zijn Master of Transition van Jacob van Wielink, Vivento van Bram Beute, de christelijke businesscoach van Tineke Wuister, In His Company, Martien Wijnen en het nieuwe Shift Business. Allemaal zijn ze bedoeld om ondernemers te ondersteunen en te trainen. Zo schrijft Johan den Hartogh van Shift Business:
Mag ik je iets persoonlijks vragen?
Zou je het fijn vinden als ik structureel voor jou en je bedrijf bid, één uur per week, met volledige aandacht en betrokkenheid, zodat Gods wijsheid, rust en richting steeds meer zichtbaar worden in wat jij bouwt?
Een aantal van hen ken ik persoonlijk en ik weet hoe nuttig het kan zijn om training en bemoediging te ontvangen, anderen spreken me minder aan, maar het is duidelijk dat netwerken en coaches nieuw elan losmaken onder ondernemers. In essentie zie ik een aantal trends terugkomen:
Een hang naar klassiek rentmeesterschap. Je geld, tijd en talenten zijn niet van jou maar je bent er beheerder van - treffend terug te zien in dit interview met Bart Kuijpers. Integrale missie en een holistische visie op jezelf en je plek in de wereld als volgeling van Jezus staan centraal.
Aan de charismatische kant een hang naar welvaartsevangelie: jouw voorspoed als teken van Gods zegen. Geven zal beloond worden.
Een erkenning van het toegenomen belang van werk en ondernemerschap. Werk (ook als bron van identiteit) is steeds belangrijker geworden voor mensen. Veel ondernemers zien hun bedrijf dus ook als missieveld en ervaren dat daar meer te ‘winnen’ valt dan in veel kerkelijke contexten.
Een enorme zoektocht naar het goede leven, juist ook in de spanning en druk die ondernemerschap met zich meebrengt. Wouter Droppers van het Europese ondernemersnetwerk Europartners vroeg me in afgelopen jaren de hoogwaardige videocursus ‘surpassing succes’ mee te helpen ontwikkelen. De video’s bieden richting aan ondernemers in heel Europa. En via het platform Surpassing Succes worden ze verbonden aan Business Alpha’s. Inmiddels ziet Europartners op allerlei plekken in Europa jonge ondernemers opstaan die dit soort denken weer omarmen en nieuwe communities beginnen. In maart ga ik naar Zweden om die beweging een beetje te helpen versterken.
2. Ondernemers en hun geld
Dit voorjaar stond ik broodjes te smeren voor de lunch van een teamdagje, toen een ondernemer die ik een beetje kende me uit het niets appte: Hoe is het met Move Community, en met jou, vroeg hij. En schreef hij:
Ik moest denken aan:
Wat eertijds vernield werd, zullen zij herbouwen,
de lang verlaten streken weer bevolken;
ze herstellen de vervallen steden,
verlaten sinds mensenheugenis.”
(Jesaja 61:4, NBV)
De tranen sprongen me in de ogen. Want ik maakte me zorgen om de toekomst van Move, iets dat we juist die middag zouden bespreken als team.
Een paar weken later volgde een goed gesprek met de ondernemer in kwestie en zijn vrouw, waarna ze besloten onze stichting de komende jaren significant te ondersteunen. Hij is niet de enige. Onze stichting Move Community zou niet kunnen bestaan in de huidige vorm zonder de hulp van een klein, maar betrokken ondernemersnetwerk. En dat geldt voor veel meer christelijke organisaties en kerken.
Vrijwel alle ondernemers die dit soort werk steunen, doen dat onder de radar en doen dat vanuit een diep besef dat ze mogen bijdragen met hun ‘talenten’ aan Gods werk. Grote gevers zijn er altijd al geweest, maar nu en in de toekomst zijn ze opnieuw hard nodig. Om meerdere redenen:
De kerk is geen ster in innovatie, zacht gezegd. Kerkelijke fondsen en kerkgenootschappen dragen uiteraard wel bij, maar veel succesvolle initiatieven (zoals Credo Katholiek, Move Community, het nieuwe Mental Health Movement e.a.), ontstaan bottom up bij pioniers. Die kloppen in sommige gevallen succesvol aan bij de kerk maar zeker in de opstartfase ontbreekt het vaak aan kapitaal, snelheid en vertrouwen. Ondernemers zijn in mijn ervaring eerder geneigd om dat wel te geven als ze vertrouwen hebben in de persoon en het plan. Daarnaast zijn ze bekend met ondernemerschap en geven ze vaak veel vrijheid in het besef dat fouten nodig zijn om te groeien. Grotere ondernemers geven overigens vaak via familiestichtingen waarbij wel degelijk een zekere vorm van controle en accountability plaatsvindt.
Het geld in christelijk Nederland is nogal ongelijk verdeeld. De Rooms Katholieke Kerk moet fors bezuinigen op allerlei plekken door de gigantische terugloop in leden. Een initiatief als Credo Katholiek wordt dus voor een groot deel mogelijk gemaakt door Porticus, het fonds van de Brenninkmeijers (de eigenaren van C&A).
En een rapport van de Vereniging Kerkrentmeesters uit 2020 concludeerde dat het probleem in de protestantse wereld niet is dat er geen vermogen is, maar dat het ongelijk verdeeld is. Veel (oude hervormde) gemeente barsten van het kapitaal. Ik sprak een tijdje terug een kerkrentmeester van de PKN in een middelgrote stad die verzuchtte dat het best eens zou kunnen dat over 10 jaar de deuren dicht zouden gaan, maar dat er dan nog 15 miljoen op de bank zou staan dan. Hij wist ook niet zo goed wat daar dan mee moest gebeuren. Ik at mijn pet zo ongeveer in één hap op, zeker nadat de factuur die ik stuurde voor mijn praatje aldaar niet werd betaald omdat ik btw op de factuur had gezet en dat vooraf niet had gemeld.
Naast missionaire pioniers, NGO’s en christelijke stichtingen hebben ook grote christelijke instituten als de EO te maken met stevige financiële uitdagingen nu Den Haag de duimschroeven aandraait in Hilversum. De afgelopen jaren bouwde de EO daarom een succesvol ondernemersnetwerk op (shout out naar onder meer Wilma Hiller). Alleen dankzij de inzet van ondernemers en crowdfunding bestaat een iconisch evenement als de EO jongerendag vandaag de dag nog. Ook traditionele vormen van geldwerving in de kerk schieten steeds vaker tekort. Actie Kerkbalans, al jaren de grote financiële inzamelingsactie van veel traditionele kerkgenootschappen levert niet genoeg meer op om de stijgende kosten (onder meer van inflatie) te dekken, kopte de NOS deze week nog.
Al met al wordt daarom een steeds groter beroep gedaan op ondernemers. Dat kan ook omdat het vermogen bij ondernemers (dus ook christelijke) vaak hard blijft groeien. Er is ontzettend veel geld beschikbaar, ook in Nederland. Een vriend en mentor van me - Klaas Koelewijn - zei het jaren terug al tegen me: ‘Geld is nooit een probleem in Gods koninkrijk.
Het is alleen de kunst het op de goede plek te krijgen’. Toen moest ik van binnen een beetje lachen, nu onderschrijf ik het. Een betere verdeling van middelen is belangrijk, want structureel werken met te weinig financiële middelen in de kerk is een recept voor mislukking en ongeluk, weet ik inmiddels ook uit eigen ervaring.
De ondernemer als cashcow
En toch, in analogie aan de beroemde uitspraak van John F. Kennedy:
Vraag niet, mede-kerkgenoten, wat uw ondernemer voor uw kerk kan doen: vraag wat u voor uw ondernemer kunt doen.
Ik vroeg aan Wouter Droppers (Europartners) en Jan Martijn Broekhof (Logos) om mee te lezen met een eerdere versie van dit essay. Beiden gaven terug: Mooi, maar de kerk is er voor de mens (ondernemer) en niet andersom. Ik voel met ze mee. Soms voel ik me bezwaard om vanuit onze non-profit weer een beroep te doen op ondernemers.
Een paar jaar geleden besloot ik daarom om vermogende ondernemers nooit te willen zien als een wandelende zak geld. En toch ligt dat altijd een beetje op de loer en dat voelen christelijke ondernemers vast ook. Ik las deze week een boekje over fondsenwerving en daarin werd duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is om het geven als vreugde te ervaren en niet als verplichting en er als vragende partij dus ook niet op te rekenen.
Laten we er in vredesnaam op letten dat vragen en geven van geld in de kerk een geestelijk proces blijft en niet leidt tot meer druk op ondernemers en afstand tussen hen en ‘gewone’ kerkmensen. Dat kan alleen als niet-ondernemers en ondernemers allebei los laten dat onze projecten, ideeën en onze financiën van ‘ons’ zijn. We hebben nergens recht op. We mogen slechts vragen en geven in gehoorzaamheid aan God.
3. Ondernemerschap wordt steeds populairder in de kerk
Ondernemen maakt een enorm verschil in onze wereld, het is wellicht hipper dan ooit, maar die populariteit gaat ook met allerlei misconcepties gepaard. Ondernemen maakt je niet vrij, rijk of gelukkig is mijn ervaring. Je kunt wel rijkdom, vrijheid en geluk ervaren als ondernemer, maar net zo goed het tegenovergestelde daarvan. Nee, in mijn ervaring ben je vooral ondernemer omdat je het tof vindt om iets te bouwen en daar zelf verantwoordelijkheid voor te nemen.
Ondernemers op het christelijk erf zien vaak een kans en hebben een missie waar binnen de kerkelijke structuren weinig of geen ruimte voor is. Kijk naar KiemPlaats, dat ontstond omdat mede-verspieder Nelleke en haar compagnons zagen dat binnen kerkelijke organisaties de aandacht voor het ontwikkelen en vertalen van expertise op gebied van kinderen, jongeren en geloof steeds kleiner werd. Dan gaan we zelf bouwen, dachten ze. Dat bouwen gaat vervolgens met veel vallen en opstaan gepaard, waardoor je snel leert schakelen, risico’s nemen en veerkracht tonen. Je moet goed denken, maar je leert vooral te doen.
En dat maakt verschil. Ik kwam toevallig een mooi feitje tegen in de Reith Lectures die Rutger Bregman recent mocht houden voor de BBC. Bregman beweert dat de anti-slavernij beweging juist in Engeland van de grond kwam te maken had met het feit dat 10 van de 12 founding members van de British Society for the Abolition of the Slave trade ondernemers waren. In andere Europese landen ging het vooral om schrijvers en intellectuelen.
Kortom, als je wat van de grond wil krijgen is een ondernemer vaak nodig. En het succes dat je daarmee boekt is steeds beter zichtbaar. Jobs, Altman, Musk. Je hebt hun volledige naam niet nodig om te weten om wie het gaat. En jongeren volgen massaal jonge succesvolle ondernemers online. Ondernemen is hip en het tonen van ondernemerschap voegt ontzettend veel waarde toe of je er nu slavernij mee afschaft of raketten mee bouwt.
Het is dus niet vreemd dat we ook in de kerk steeds meer kijken naar de geheimen van ondernemerschap. Wie wil er nou geen groei en succes? Zo groeit het cultureel kapitaal van de ondernemer, zowel in de samenleving als in de kerk. In 2020 liet de Protestantse Kerk Nederland onderzoek doen naar ‘ondernemend kerk zijn’ en concludeerde dat het combineren van een kerkelijke gemeenschap met een (al dan niet sociale) onderneming missionair veel potentie heeft. Het investeren in talloze kerkelijke pioniers is een uitvloeisel daarvan.
Ondernemerschap is ook in de kerk steeds meer een buzzwoord.
Dat het in de praktijk nog niet zo makkelijk is bleek in de jaren erna toen een groepje ondernemende PKN dominees begon met HeartEdge in Nederland. Een initiatief dat was komen overwaaien uit het Londen van Samuel Wells en uitging van vier c’s: congregation (wat wij “normaal’’ in de kerk doen, liturgie en pastoraat), compassion (diaconie), culture (missionair) en commerce (geld). Vooral dat laatste was vernieuwend.
Ik was er vanaf de zijlijn bij betrokken en zag dat het niet goed lukte (hoewel de wens er wel was) om ondernemers echt aan te haken. Ergens bleef het een typische kerkelijke nestgeur houden en verdween het ondernemende karakter op de achtergrond. Het was ook te veel een model en kreeg geen concrete, lokale verankering.
Toch betekent die desillusie niet dat de onderliggende principes niet werken. Mijn mentor Klaas Koelewijn (oprichter van Kerk2030 en initiatiefnemer van de Kerk Sta Op! conferentie ) begon in diezelfde jaren een ambitieus project om de historisch Waalse Kerk in Maastricht (NGK) volledig te renoveren en van een zakelijke, maatschappelijke, culturele en religieuze bestemming te voorzien.
En dat lijkt zowaar te lukken.
Hij moest er wel 7 jaar lang aan trekken en duwen en 4,3 miljoen euro voor ophalen. Vermogende ondernemers opgelet: nog steeds komt hij (na de vondst van tig skeletten in de kelder) 9 ton tekort.
Ook mijn mede-verspieder Daan Molenaar is een goed voorbeeld van iemand die geen ondernemer is maar wel veel ondernemerschap tentoonspreidt. Het Eerst dit-podcastimperium (mijn formulering ;) dat hij opbouwde bedruipt zichzelf middels succesvolle crowdfunding (of noem het gewoon collectes).
Het punt is: zonder het individuele, lokale, concrete ondernemerschap van Klaas en Daan was het nooit gelukt om dit soort initiatieven van de grond te krijgen. Ondernemerschap is geen truc. Voor dit soort vernieuwende projecten zijn mensen met specifieke vaardigheden en met grote manifestatie- en bouwkracht nodig.
Steun jij de Verspieders?
In het kader van een stukje eigen ondernemerschap. Het afgelopen jaar was de Verspieders gratis. Daan, Nelleke en ik willen dat graag zo houden. We zijn benieuwd of onze lezers dat mogelijk willen maken met een kleine donatie per maand. Wil je in je hart overwegen of je ons wil steunen? Je kunt je steun nu vast toezeggen.
En ben/ken je een ondernemer die ons in deze opstartfase wil steunen om nieuwe wegen van kerk en geloof te blijven verkennen en hierover te delen? Neem dan contact op. (henkjan@livingimage.nl)
Kerkgroei als model in de evangelische wereld
In evangelische kringen wisten ze allang dat ondernemerschap belangrijk is. Een goed voorbeeld is De Basis in Apeldoorn. Oprichter Peter van der Weerd was een succesvol ondernemer voor hij rond 2005 met zijn eigen gemeente begon. Afgelopen jaren volgde een missionair café, podcasts en events, geboren vanuit een onverwoestbare missionaire drive, ondernemerskracht, liefde voor zoekers en trouw aan een sterke eigen visie. Helaas kwam het ook tot een pijnlijke kerkscheuring en conflicten in het leiderschap.
Mozaïek is een ander voorbeeld. Al bij de start 13 jaar geleden was er meer erkenning van de specifieke zakelijke en ondernemende kwaliteiten die nodig zijn voor kerkplanting en groei. Maar in tegenstelling tot veel eenpitters besloten Kees Kraayenoord en kompanen te werken met een model waarin het leiderschap gedeeld wordt tussen meerdere voorgangers (waarvan vaak 1 met meer oog voor organisatie en ondernemerschap) en een raad van opzieners. Daarnaast werden kerken pas gesticht als er lokaal mensen verantwoordelijkheid voor wilden nemen. Ondernemerschap dus. Dat in combinatie met het geestelijk DNA zorgde voor een snelle groei, hoewel die nu wel wat lijkt af te vlakken.
De risico’s
Aan de nadruk op ondernemerschap zitten natuurlijk ook risico’s. Een ervan is dat de kerk te veel als onderneming wordt gezien. Ik hoor tegenwoordig regelmatig taal voorbij komen over verdienmodellen bij het opzetten of ondernemen van kerkelijke/missionaire activiteiten. Het idee is dan dat activiteiten zichzelf moeten terugverdienen.
Dat lijkt me vaak geen wenselijke ontwikkeling. Werk in Gods Koninkrijk - of het nu het beheer van het gebouw, het loon van ambtsdragers, diaconaal of missionair werk is - wordt in de basis betaald door de gemeenschap (waarin ondernemers een belangrijke financiële rol kunnen innemen). Dat mag wat kosten en hoeft zich niet per se terug te verdienen, hoewel het natuurlijk wel belangrijk is dat er onder het geheel van activiteiten een duurzaam financieel model ligt.
Het is al met al belangrijk om scherp onderscheid te blijven maken tussen het doel van ondernemen: winst maken en het doel van de kerk: samen Jezus volgen.
Een ander gevaar is denken dat groei in Gods Koninkrijk gelijk staat aan groei in aantallen mensen of in geld. In Amerika zie je complete fondsen en beurzen ontstaan voor kerkvernieuwing en groei: zo verzamelt de Acts 29-kerkplantingbeweging jaarlijks miljoenen dollars aan bijdragen van aangesloten gemeenten en rijke sympathisanten, waarmee nieuwe voorgangers worden gefinancierd.
Dit soort netwerken zijn er over de hele wereld. In Nederland heeft de VPE zich met boegbeeld Christian Tan ten doel gesteld 100 nieuwe kerken te planten bijvoorbeeld.
In Duitsland is dat kerkplantingsmodel met particuliere steun dan weer minder sterk aanwezig, omdat de kerken van oudsher een andere financieringsstructuur kennen, namelijk via de kerkbelasting en staatssteun. Toch ontstaan ook daar steeds meer bottom up initiatieven. Zo is er een business club rond Eden Culture van de charismatische katholieke denker en schrijver Johannes Hartl, die ook nog eens dit soort intrigerende feesten organiseert.
In protestantse kringen wordt er soms met argwaan gekeken naar al dit ondernemerschap in de kerk. Helemaal onterecht is dat niet. Geld is ook een vorm van macht. Wie betaalt, bepaalt nu eenmaal vaak. Geld kan de verhoudingen tussen kerkleiders en gevers danig veranderen.
Toch lijkt me een afwijzende houding weinig vruchtbaar. Ik probeer altijd met bewondering naar de drive, geloof en het ondernemerschap van mensen als Christian Tan en Johannes Hartl te kijken. Daar kan menigeen in traditionele kringen nog een puntje aan zuigen.
Een ander is dat Gods zegen gelijkgesteld wordt met getalsmatige groei. Het deed dus wat stof opwaaien toen Opwekking vorig jaar de Zuid-Afrikaanse megakerk pastor David Grobler uitnodigde als spreker. Zijn stelling: Als God blij is met wat je doet zal hij mensen naar je kerk sturen. Mijn mede-verspieder Nelleke schreef er (in het maakproces van dit essay) terecht over:
‘Ik ben hier dus vrij sceptisch over. Deze modellen suggereren dat groei in aantallen, grootsheid en succes nastrevenswaardig zijn. Terwijl groei/bloei in Gods Koninkrijk gaat om mensen die sterven aan zichzelf, mensen die veranderen, uit genade gaan leven, oog voor zwakken, uitdelen aan mensen die niets hebben. Dat kan hand in hand gaan met groei in aantallen, maar ‘succes’ in het koninkrijk kun je niet afmeten aan hoeveelheid mensen die aanhaken.’
Volgens mij heeft Nelleke gelijk. We mogen met een zekere onverstoorbaarheid doorgaan op de weg van de Heer, of dat nu tot getalsmatige groei leidt of niet. Tegelijkertijd mag het nooit een excuus worden om een stolp over de kerk heen te zetten. Stilstand leidt nu eenmaal tot achteruitgang.
Als we de weg van Jezus willen volgen, hoort daar dus ook bij dat we altijd onderweg zijn en durven te vernieuwen en veranderen zoals Hij dat in Zijn leven liet zien. Paulus en de andere apostelen toonden een ongekend ondernemerschap, vanuit hun roeping. Dat mag ons ten voorbeeld zijn.
Conclusie
Christelijke ondernemers hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in de financiering van christelijke initiatieven en kerkenwerk, maar steeds vaker zien we dat de muren tussen het zakelijke, persoonlijke en kerkelijke lager worden. Dat heeft de laatste jaren geleid tot een heel ecosysteem van netwerken en coaches. Dat heeft iets bevreemdends soms, maar laat ook zien dat ondernemers serieus ondersteuning nodig hebben in hun persoonlijke en professionele leven en dat ze een cruciale rol spelen in Gods Koninkrijk, zonder dat ze gezien moeten worden als pinautomaat van de kerk.
Belangrijk is dan wel dat zij zichzelf een volwaardig onderdeel weten van Gods missie met Zijn wereld. Een evenement als Zakendoen zet daar volop op in door geen platte fondsenwerving te organiseren maar in te zetten op inspiratie en ontmoeting met ondernemers.
Een volgende stap die ik zou aanmoedigen is het structureel samenbrengen van de zakelijke en kerkelijke netwerken in de christelijke wereld. Te vaak zijn dat nog gescheiden werelden terwijl het voor de toekomst van de kerk nodig is dat we samen aan dezelfde kar trekken.
Verder is het belangrijk dat nieuwe manieren van fondsenwerving op worden gezet. Het is hard nodig dat vraag en aanbod beter bij elkaar gebracht worden, bleek ook al uit de rapporten van de VKB en de PKN. Na jaren pionieren weet ik inmiddels zelf het nodige van geldwerving, maar mensen met even goede (of betere) ideeën en missies, hebben die ervaring vaak niet.
Een interessante nieuwe - directe - aanpak in de NGO wereld zien we ontstaan bij Rapid Intervention, een nieuw initiatief van Jesse van Melle (die de afgelopen jaren de Muskathlon leidde).
Een dergelijk model waarbij ondernemers veel directer kunnen geven aan christelijke initiatieven en werkers zou goed kunnen werken, mits er voldoende toezicht georganiseerd is (maar ook niet te veel). Dat zal niet alleen tot zegen zijn van al die missionaire, bewogen christenen die mee willen doen in Gods Koninkrijk met nieuw elan, maar juist ook nieuw vuur brengen op al die plekken die nog geld zat hebben maar vrezen dat ze de deuren moeten sluiten in 15 jaar tijd.
Laten we hopen dat het leidt tot meer gezond ondernemerschap in de kerk. God heeft ons scheppingskracht geschonken. Laten we het gebruiken - op een gezonde manier - in onze gemeenschappen. Dat is niet alleen nodig, het is ook nog eens heel leuk.

