Hoe ben je missionair als geloof niemand boeit?
Verlangen naar meer? De meeste mensen leven gewoon hun leven. Gastverspieder Gerrit van Dijk deelt wat pionieren in het hyper-seculiere Oost-Duitsland de Nederlandse kerk te zeggen heeft.
Foto: GZB
Lessen van een Nederlandse zendeling in Oost-Duitsland
Voor deze nieuwsbrief bevroegen we een gastverspieder over de Nederlandse grens. Gerrit en Jorine van Dijk wonen en werken met hun gezin sinds 2015 als christelijke pioniers in Rostock, in het voormalige Oost-Duitsland. Een hyper-seculier gebied waar mensen na de tijd van de nazi’s decennia onder het communistische regime leefde. Dat heeft grote gevolgen gehad voor de kerk en überhaupt voor het hele transcendente denken. Gerrit ken ik (Daan) van studentenvereniging Navigators. Ik raakte gefascineerd in hoe hij in een totaal onttoverde wereld manieren en taal vindt om het evangelie te delen. We vroegen hem, zo vlak voor het 125-jarig jubileumfeest van zendingsorganisatie GZB, als gast-verspieder zijn inzichten en lessen voor Nederlandse gelovigen te delen.
Zijn verhalen en inzichten laten ons nadenken over de abnormaalheid van geloven in onze tijd voor veel mensen. Na Gerrits verhaal vind je nog een korte reflectie van ons.
We hopen dat dit jullie net als ons inspireert.
Welkom in Rostock-Evershagen
Foto: GZB
Gerrit van Dijk: Evershagen is DDR-bouwwijze op z’n best. Een flatwijk op fietsafstand van de Oostzee. Veel groen, speeltuintjes tussen de flats, parken en vooral razendefficiënt. Je kunt alles te voet doen: de vijf supermarkten, de dokter, de apotheek en de basis- en middelbare school in de wijk. En wil je uit deze efficiënte kosmos? Dan pak je de tram die iedere vijf minuten langskomt, of de sprinter die ieder kwartier komt.
Als geloof niet gevaarlijk is, maar gewoon ‘raar’
Een samenleving die werkt en waar alles wat je nodig hebt aanwezig is. Alle basisbehoeften vind je in Evershagen. En toch. Er ontbreekt iets. Iets wat ook in de DDR ontbrak - die heilsstaat van na de trauma’s van de nazitijd en voordat het neoliberale, herenigde Duitsland begon. Er ontbreekt de dieper liggende zin van dragende gemeenschappen waarin mensen voor elkaar zorgen, en een verhaal dat alles aankan: het evangelie ontbreekt. Vind ik tenminste.
De meeste van mijn buren hebben dat niet. Die zijn gewoon normaal. Ze zijn gewoon wat in de boeken areligieus of post-atheïstisch heet. Normaal zijn betekent dat je geen vragen over God hebt en geen zoektocht kent. Dat je niet denkt in levensvragen of vragen die gaan over meer dan wat je kunt zien. Normaal zijn is... gewoon normaal zijn. En dat heeft consequenties. Want voor normale mensen is het christelijk geloof raar. Het is niet iets waar je tegen bent of zo (dat was de DDR), nee, het is gewoon raar. Buiten je zicht en buiten je voorstellingsvermogen. Geloof is ‘kein Thema’. Zoeken naar ‘meer’? Diepe levensvragen? Mijn buren denken daar niet aan. Het leven is zoals het is.
Waar de DDR wél in slaagde
De ideologisch gedreven leiding van de DDR hoopte dat op een dag de hele wereld de grote communistische droom zou volgen en de socialistische mensheid zou ontstaan. We weten sinds de jaren tachtig dat dit allemaal anders is gelopen. De DDR was alleen in één ding wel echt succesvol: het doelbewust seculariseren van de bevolking. Daarnaast was de staat zo sterk dat het maatschappelijke middenveld sterk verzwakt raakte.
Goed Nieuws delen met ‘normale’ mensen
Kerken in het oosten van Duitsland zijn klein en spelen een beperkte rol in de beeldvorming binnen de samenleving. Hun invloed en ledentallen zijn beperkt. Hoe kunnen zij vitaal en vrolijk het goede nieuws van Jezus delen in hun omgeving? Aan mensen die ‘normaal’ gemaakt zijn in een ‘normale’ cultuur?
Ik mag sinds 2015 namens de GZB en de ECM pionieren voor de Freie evangelische Gemeinde (FeG) in de bovengenoemde wijk Evershagen. Dat doe ik samen met geweldige Duitse collega’s. We zijn onderdeel van een groter verband: ook in de plaatsen Schwerin, Hagenow en Ribnitz-Damgarten pionieren collega’s (overigens met onder andere een stevig financieel commitment van Nederlandse PKN-gemeenten, CGK’s en NGK’s).
We zijn hier in de meeste projecten grassroots begonnen met het delen van ons leven met onze buren. Niet met wat we geloven, maar heel normaal barbecueën tussen de flats, samen voetballen, samen voetbal kijken, spelen met kinderen, koffiedrinken op straat en veel samen eten. De gedachte hierachter is dat het luisteren naar de verlangens, verhalen en geschiedenis van de omgeving een grote rol speelt. Hierop kun je reageren door concreet en relevant Goed Nieuws te zijn voor je omgeving.
De verschillen tussen Rostock-Evershagen en de binnenstad van Rostock zijn overigens groot. Oost-Duitse steden zijn sterk sociaal gesegregeerd. In de samenwerking tussen de zendingsorganisaties en de lokale FeG’s zijn we bij voorkeur present in aandachtswijken, zoals Rostock-Evershagen. Het Koninkrijk van God hoort in de marge, denken we.
Goed in gemeenschap
We merken dat onze ‘normale’ buren ontzettend zoeken naar gemeenschap en het verlangen om bij een groep te horen. Individualisme is geweldig als je sterk en onafhankelijk bent, maar in een Oost-Duitse aandachtswijk heb je vooral gemeenschap nodig, en de bereidheid om voor elkaar door dik en dun te gaan. Daar zijn mensen in wijken als Evershagen trouwens echt goed in: het zoeken naar informele netwerken, waarin je houvast en hulp krijgt. De socioloog Karsten Keller beschrijft deze mechanismes in het boek ‘Leben im Plattenbau, zur dynamik sozialer Ausgrenzung’.
Houvast
We hebben onze pioniersplek ‘Haltepunkt E’ genoemd. Daar zit een woordspeling in met de lokale tramhaltes in onze wijk en met het Duitse woord voor houvast: Halt. Mensen uit onze wijk beschrijven dat Haltepunkt E voor hen voelt als een familie. En familie, dat ben je samen, met alle dingen die er moeilijk en mooi aan zijn. Dat heb ik trouwens van mijn buren geleerd: die zijn veel beter in samenleven en collectief denken dan ik met mijn Nederlandse, hoogopgeleide middenklasseachtergrond.
Bij Haltepunkt E bidden we en lezen we uit de Bijbel. Ook zingen we met elkaar. Dat doen we op heel natuurlijke momenten in onze gemeenschap. Liever doordeweeks, midden tussen de naaicafés en maaltijden door, dan op zondagochtend anderhalf uur lang. Christelijke spiritualiteit wordt zo een soort groepscultuur en is te zien voor iedereen die Haltepunkt E opzoekt. Een soort van nieuw normaal. Die bezoekers zijn in eerste instantie gewoon ‘normale’ mensen. Soms worden mensen in de loop der tijd ietsje anders ‘normaal’. Dan gaan ze ook met God praten – die je niet ziet – en geloven ze dat Hij er is.
‘Jezus vertrouwen is wel erg abstract!’
Daarin spelen ervaringen vaak een centrale rol. Zoals Marvin* bijvoorbeeld, die onlangs twee keer achter elkaar over Jezus droomde. En sindsdien zeker weet dat Hij bestaat. Marvin bidt nu mee en wil graag meer leren over Jezus. Ondanks deze vormende ervaring, is de weg voor hem nog lang: “Gerrit, Jezus echt vertrouwen is wel heel erg abstract voor mij, hoor!” Een spirituele ervaring van Gods aanwezigheid lijkt in de praktijk vaak iets te zijn, wat mensen in beweging brengt en wat hen helpt om te geloven en een beetje anders ‘normaal’ te worden.
Sommige mensen raken zo diep overtuigd van het bestaan van God en Jezus dat ze zich willen laten dopen en ze zich, naar eigen zeggen, ‘een leven zonder Hem niet meer kunnen voorstellen’. Dat is en blijft ‘abnormaal’ voor hun omgeving, maar voor de mensen die het betreft is het echt.
Voortdurende vraag naar relevantie en begrijpelijkheid
Deze verhalen zijn prachtig en hoopgevend. Tegelijkertijd kost kerk zijn op deze manier ook wel wat. Ik mis wel eens de rustige momenten van kerkdiensten zoals ik ze ken. De taligheid daarvan, waar ik me meer bij thuisvoel. De voortdurende vraag naar relevantie en begrijpelijkheid is ook wel een steeds uit je comfortzone gaan. Onze gemeenschap is echt gaaf, maar we zien ook mensen weer vertrekken. Onze wijk is nogal kapot en dat merk je ook in zo’n geloofsgemeenschap. We houden het vol met de diepe overtuiging dat God ons ook uithoudt en ons roept om trouw te zijn.
Ik ben onder de streep onder de indruk van wat er gebeurt in Rostock-Evershagen. We zijn inmiddels zover gegroeid - zonder groei van mensen uit andere kerken - dat we een ‘Freie evangelische Gemeinde in oprichting’ zijn. Die link vinden we belangrijk. Als gemeentestichting moeten we echt andere wegen bewandelen dan onze moederkerk, maar tegelijkertijd wel een gezonde institutionele verbinding houden. We hebben toezicht, correctie, vragen, ondersteuning en bemoediging nodig. En ook de kerken in Duitsland en Nederland die ons dragen, hebben inspirerende, creatieve verhalen nodig uit Evershagen. Ze worden verrijkt door de mensen die wij bereiken. Die zijn namelijk puur, enthousiast en komen uit een andere sociale groep. Daar wordt de kerk in haar geheel diverser en gevarieerder van!
Wat kunnen we hier in Nederland van leren?
Ik denk vijf dingen:
Je echt verbinden met je buren is iets heel krachtigs. Present zijn, je leven delen in het vertrouwen dat de Heilige Geest in je woont. Daarnaast: ik kom uit een goed functionerend gezin en heb veel mensen om me heen gehad die in mij geïnvesteerd hebben. Dat is voor zoveel mensen niet normaal! De wetenschap dat je rijkelijk gezegend bent met alles wat mensen in je gestopt hebben, zorgt voor het besef dat jouw presentie echt het verschil kan maken.
‘Normale’ mensen hebben een kerk nodig die niet als een bubbel werkt, maar haar geloof rustig uitleeft en een ander toelaat dit te zien. Je moet dus waarneembaar zijn met je christelijke praktijken. Je opsluiten in je kerkgebouw voelt veilig en vertrouwd. Naar buiten gaan en zichtbaar je geloof uitleven is uitnodigender. En kwetsbaar. De kliederkerk op het plein midden in de wijk is een gedoe, maar effectiever dan in het schoolgebouw.
Mensen uit aandachtswijken zijn een gigantische verrijking voor middenklassekerken. Kerkverbanden en lokale gemeenten hebben hun stem nodig. Middenklassechristenen zijn individualisten, terwijl andere groepen vaak in gemeenschappen denken en voor elkaar door dik en dun gaan. Samen familie van Jezus zijn, kunnen mijn Oost-Duitse buren beter dan ik. Ik ben hen dankbaar dat ik dat van hen mag leren. Ik kan me het deel uitmaken van een gemeente nauwelijks nog anders voorstellen.
Onze deelstaat Mecklenburg-Voorpommeren is superseculier. Toch durfden de Freie evangelische Gemeinde het aan om zich samen met ECM en GZB in te zetten voor kerkplanting. Duitsers houden eigenlijk niet zo van risico, maar ze hebben het toch gedurfd. Het is belangrijk voor Nederlandse kerken om lef te hebben en te durven investeren in wijken en steden waar christelijke presentie nauwelijks aanwezig is.
Ongedwongen mee mogen doen en helemaal bij een christelijke gemeenschap mogen horen, ook al ben je nog ontzettend ‘normaal’, is onze dagelijkse praktijk. Dit maakt het voor onze buren mogelijk om via ervaringen het christelijke geloof te leren kennen. Woorden en toespraken vormen voor hen meestal niet de ingang. Misschien is dat voor de buren in jouw wijk ook wel zo?
Waarom delen wij dit verhaal als Verspieders?
Kanttekeningen bij de stille opwekking
Hernieuwde interesse voor het christendom? Dat geldt maar voor heel weinig mensen. Het christelijk geloof is niet meer plausibel en relevant in onze postchristelijke tijd. Edwin van Driel, hoogleraar theologie in Pittsburgh (dank voor de tip Johan ter Beek), vergelijkt in een podcast de rol van het christendom met iemand die in Flat Earth (de theorie dat de aarde plat is) gelooft. Je hebt niet perse argumenten waar dat niet waar is. Je hebt ook helemaal geen zin om aan hen te bewijzen dat de aarde toch rond is. Misschien vind je het wel leuk om eens iemand tegen te komen die in zo’n theorie gelooft. Maar dat het iets voor jou kan zijn… het komt niet eens in je op. Het is ook wat hoogleraar pastoraaltheologie Jan Loffeld zegt in het Nederlands Dagblad: veel mensen zijn helemaal niet ‘ongeneeslijk religieus’. Die onverschilligheid stelt de kerk voor nieuwe vragen, waar we in ons enthousiasme over de stille opwekking misschien wel liever voor weglopen.
In het verhaal van Gerrit kwamen een aantal interessante aanknopingspunten naar voren.
Langdurige presentie en relaties bouwen. Mensen moeten aan je leven kunnen zien dat je vanuit een idee leeft dat verschil maakt in het leven en dat je het beste met de mensen in je omgeving voor hebt. Niet één keer, maar doorlopend en voortdurend. En schaam je niet voor het evangelie!
Focus op begrijpelijkheid en relevantie. Dat verhaal van jullie, gaat dat over mijn leven? Het is voor veel mensen al snel te conceptueel en te talig. Laatst sprak ik (Daan) vrienden die werken op het snijvlak van missie en zorg voor mensen die maatschappelijk niet goed meekomen. Ze delen hun leven. Ze laten zien hoe je het idee van de belofte uitleeft. Dat je ja echt een ja. Dat je beloften nakomt. Veel mensen kennen vooral de ervaring dat anderen ten diepste niet te vertrouwen zijn. Als je laat zien dat je dat zelf wel bent en je verbindt in een Bijbelstudie dit idee met Gods trouw en beloften, dan kan er opeens wat klikken. Het begint bij existentiële ervaringen die verbonden worden met het christelijke verhaal.
Geloofservaringen zijn essentieel. Gebed voor mensen die op je pad komen is dus ook essentieel. En laat ze gerust weten dat je voor hen bidt!
Tenslotte. Wij krijgen regelmatig tips en verhalen: ‘Is dit niet wat voor de Verspieders?’ Daar zijn we blij mee! Goed om samen verder te kijken en zo druiventrossen en reuzen op het spoor te komen, waardoor we als kerk verder kunnen komen.
De komende tijd zul je vaker zo’n gast-verspieder tegenkomen in onze nieuwsbrieven.
Het goede,
Daan, Henk-Jan en Nelleke



Gaaf stuk, interessant om te lezen! Goed werk!