Je kerkgebouw is veel belangrijker dan je denkt...
Is jouw kerk een kathedraal, preekschuur, theater, muffig gebouwtje, gymzaal, huiskamer, online meeting of een bos? Het doet ertoe waar je God aanbidt. Vijf tips over heilige ruimte.
Ik (Nelleke) ga naar drie verschillende kerkgebouwen, terwijl ik lid ben van één gemeente. De ene zondag zitten we in de Marcuskerk, een modernistisch jaren ‘60-ontwerp omringd door hoge flats. Met een podium voor de band, goede geluidsinstallatie, een huiskamer waar koffie gedronken wordt met mensen uit de wijk en genoeg zaaltjes voor de kindernevendienst, clubs en catechese. De andere zondag vieren we in de Nieuwe of de Oude Kerk in Delft. Kathedralen in het centrum. Omringd door grandeur. Wat een voorrecht om op zo’n historische plek te vieren, waar God al eeuwen aanbeden wordt. Tegelijkertijd voelt het ook wat kil. Iedereen zit her en der door de enorme ruimte verspreid, wat toch een stuk minder lekker zingt - en dat alleen met orgel en zonder beamer. Als je slecht ter been bent, is de kerk lastig bereikbaar. En voor kindernevendienst is in de Nieuwe Kerk ook niet echt plek…
Dezelfde mensen, een totaal andere sfeer.
Stel dat we een kerk zouden moeten verkopen. Welke zou jij kiezen?
Het doet ertoe waar je samen God aanbidt.
We zien als Verspieders dat er veel te doen is over ‘heilige ruimtes’. Heel praktisch. Denk aan het initiatief KerkGezocht.nl - voor migrantenkerken die geen ruimte kunnen vinden. En de Gereformeerde Gemeente in Kesteren die een gloednieuwe megakerk bouwen.
Daarnaast zijn er juist veel krimpende parochies en gemeenten die het gebouw niet meer kunnen betalen en een nieuwe bestemming zoeken voor hun kerken.
Tip: altijd al een kerk willen hebben? Je vindt ze gewoon op Funda.
Get gesprek over ruimte wordt ook inhoudelijk gevoerd. Vorige week verscheen het Ipsos I&O-onderzoek naar ‘heiligheid in de leefomgeving’ in opdracht van de CHE, Vrijzinnigen Nederland, Museum Catharijneconvent en Socires. Ongeveer eenderde van de Nederlanders bezoekt wel eens een religieuze plek. Maar voor rust, vreugde en verbinding worden vooral andere plekken gevonden, zoals de natuur of het eigen huis. Wat is de toekomst van het kerkgebouw als publieke heilige ruimte? Jan Martijn Abrahamse, als lector aan de CHE verbonden aan het onderzoek, schreef een boeiende reflectie over deze paradoxen rond kerkgebouwen op Substack.
Er zijn ook christenen die zich afvragen of je wel een gebouw nodig hebt als kerk. Waarom niet online kerk zijn? Of juist buiten, in de Groene Kathedraal, bijvoorbeeld?
Joost Schelling, directeur van de VKB, de vereniging voor kerkrentmeesters in de PKN, maakt zich al jaren sterk voor het bij elkaar brengen van een inhoudelijke visie en het materiële: o.a. beheer van kerkgebouwen. Hij stelt drie behulpzame vragen:
Hoe geef je als kerk invulling aan je gemeente-zijn als Lichaam van Christus, zowel onderling als in je omgeving? Welke rol speelt je gebouw daarbij?
Hoe kun je zelf de beweging maken van kerk als clubgebouw naar een huis voor de wijk/stad: een hotspot met betekenis?
Wie of wat is er voor nodig om je visie werkelijkheid te laten worden? Moet je zelf eigenaar blijven (of worden) of kan dit ook als het gebouw verkocht wordt?
Volgens mij zijn deze vragen ook relevant voor andere kerken, zoals evangelischen of pioniersplekken. Ik moest denken aan baptistenvoorganger Peter Kruijt, die in de podcast Dick en Daniel geloven het wel vertelt hoe de verhuizing naar een voormalige Rooms Katholieke Kerk de gemeente heeft veranderd. Dat een schoolaula of een sporthal qua theologie beter bij baptisten past - ‘Zet een paar stoeltjes neer en je hebt de kerk: wij zijn als mensen de tempel’ - maar dat dit traditionele kerkgebouw hem toch verrast heeft. Hoe het helpt bij de aanbidding en het vindbaar maken van jezelf als kerk.
Over dat tweede had ik pas een gesprek met een leider van een pioniersplek, waar een paar jaar geleden heel bewust gekozen was om niet in een ‘kerk-kerk’ te gaan zitten ‘om de drempel laag te houden.’ Voor een aantal mensen bleek het huiskamergevoel inderdaad te werken, maar tegelijkertijd wisten maar weinig mensen hen te vinden. Mis je door het stempel ‘kerk’ te willen vermijden juist niet zoekers?
Kortom, genoeg te verspieden. Vijf tips over ‘heilige ruimte’
#1: Een kerkgebouw is theologisch
Ik heb het voorrecht om naar een kerkgebouw te gaan dat ouder is dan de zogenaamde ‘ontdekking’ van Amerika. Ons gebouw stamt uit 1400, en dat doet echt iets met de beleving. Je stapt binnen en voelt onmiddellijk: hier zijn mensen voor mij geweest. Generaties lang. Ze kwamen met hun verdriet, hun dankbaarheid, hun vragen en hun geloof. De stenen hebben dat opgeslagen. Maar het gaat niet alleen om de ouderdom. Het gaat om wat het gebouw vertelt.
Elk kerkgebouw spreekt een eigen taal. Ons gebouw is licht, open, en het draait om de preekstoel. Dat is geen toeval. Het drukt iets theologisch uit. Het Woord staat centraal. De ruimte zegt: luister.
Een Mozaïek-gemeente vertelt een ander verhaal. Vaak komen ze samen in verduisterde zalen, met een podium en met muzikanten die uitgelicht worden. De sfeer is die van een ervaring, een ontmoeting, een belevenis. Ook dat is een theologische keuze.
En dan de katholieke kerk. Het doopvont staat bij de ingang: je begint je reis bij het water, bij de doop. Verderop het altaar, de knielbanken, de beelden en het kaarslicht. Elke stap die je zet, vertelt iets over de weg van de gelovige.
Kerkgebouwen zijn dus geen neutrale omhulsels. Ze zijn theologisch. Ze prediken, ook als er niemand spreekt. Architectuur - binnen en buiten - heeft een niet te onderschatten waarde. Zo weet ik van een kerkgebouw dat gebouwd is van misbaksels - stenen die waren afgekeurd, die niet voldeden aan de norm. Ze werden gebruikt om Gods huis te bouwen. Kijk, dat is pas liturgisch besef. Dat is een boodschap die je met je handen kunt aanraken: hier zijn mensen welkom die gebroken zijn en niet perfect (iedereen dus).
Los van dit alles geloof ik oprecht dat kerkgebouwen toekomst hebben. Juist nu. We leven in een tijd van versnippering, van schermen die onze aandacht in stukken hakken, van constante afleiding en een steeds verder vertroebeld besef van wat waar is. In die context is een fysieke plek - apart gezet, gewijd, ingericht om God te aanbidden - geen reliek van het verleden. Een kerk kan een oase zijn.
Een kerkgebouw zegt met zijn bestaan: hier mag je even ophouden met scrollen. Hier is ruimte voor stilte. Hier ontmoet je God, en elkaar. Ik schrijf er regelmatig over in De Leerlingen. En Jon Rush verwoordde het onlangs prachtig in een video.
En kijk eens hoe prachtig kerkelijke architectuur kan zijn:
#2: Wat als een gebouw niet meer van de kerk kan blijven?
Nelleke: Ik keek de documentaire Glazen Kerk en werd er een beetje verdrietig van. Een grijze Zeeuwse dorpsgemeente die de kosten van het gebouw niet meer kan ophoesten en overtuigd wordt het te verkopen aan een randstedelijk initiatief. Verhalen die te mooi blijken te zijn, ondoordachte afspraken… En uiteindelijk kan de gemeente niet meer terecht in het gebouw waarin ze al eeuwen vierden.
Dit Zeeuwse verhaal is niet uniek. Denk ook aan de Protestantse Gemeente Alkmaar, die niet meer in hun ‘oude’ kerk terecht kon omdat het niet meer past bij de huidige eigenaren. Maar wat moet je dan doen met kerken die leeg komen te staan? Er is steeds meer kritiek op verkoop van kerken voor zoveel mogelijk geld. Gebouwen voelen als eigendom van de gemeenschap, ook al komt de gemeenschap weinig binnen. Een kerkgebouw, dat is emotie, een thuis, een plek in de wijk of de stad.
Een mooi voorbeeld vind ik de Stichting Groninger Kerken. Hun hoofdtaak is erfgoedbeheer, maar ze werken structureel samen met de lokale (geloofs)gemeenschap. Ze zijn creatief om ook kinderen en jongeren en kerkgebouwen aan elkaar te verbinden. Zo startten ze Take Me To Church. Een project waarbij een groep jongeren de sleutels van een kerk in Holwierde kregen en onder begeleiding zelf met het gebouw aan de slag gaan. Eerste resultaat: een creatieve winterfair met het hele dorp.
→ Op deze site vind je wat voor creatiefs Stichting Groninger Kerken nog meer bedenkt met kinderen en jongeren.
#3 - De mensfactor en Godfactor van de Waalse kerk Maastricht
Henk-Jan: De afgelopen jaren heb ik met bewondering het proces rond de vernieuwing van de Waalse Kerk in Maastricht (NGK) gevolgd. Mijn mentor Klaas Koelewijn is de grote aanjager daarvan. De visie in mijn woorden: van de oudste protestantse gemeente van Maastricht een nieuw hart voor de stad maken. Een plek waar het bruist van kerkelijk leven, cultuur, ondernemerschap en missionaire activiteiten.
En het gaat nog lukken ook. Waarom? Door de mensfactor: onvermoeibaar wordt er gebouwd aan goede relaties met kerkmensen, buurtmensen, bestuursmensen. ondernemersmensen, mediamensen, bouwmensen enzovoort.
En door de Godfactor. Vaak heb ik gezien hoe er wegen dood liepen voor Klaas en zijn team.
De renovatie moest zo’n 3 tot 4 miljoen euro kosten. Maar toen werden er gewelven vol botten gevonden. Het leverde een plek in het 8-uur journaal op en menig prachtig krantenartikel, maar ook een extra rekening van pakweg een miljoen euro.
Vorig jaar merkte ik hoe Klaas het project weer terug moest geven aan God en sindsdien gaan er op wonderlijke manieren weer nieuwe wegen open.
#4 Digitaal kerk zijn: Roblox Kerk & Catedral Quest
Daan: ik luisterde een buitengewoon boeiende aflevering van de podcastserie van Carey Nieuwhof met Mark Lutz. Mark is de voorganger van een 100% digitale kerk, LUX Digital Church. Kerk via platformen als Twitch en Discord, gericht op zijn van een heilige ruimte voor de vele gamers die er zijn in verschillende vormen van engagement. Misschien heb je vooroordelen (kan dat wel, niet-belichaamd kerk-zijn?). Laat ze even los en luister deze zeer leerzame aflevering:
Ook bínnen games ontstaan geloofsgemeenschappen. Kijk en verwonder je:
#5 - Als de natuur je heilige ruimte biedt
Henk-Jan: Laten we niet doen alsof de kerk van onze Heer altijd in een groot, oud gebouw hoeft samen te komen. Christus begon Zijn kerk in huizen en catacomben.
Waarom dan niet ook in de natuur? Dat kan op allerlei manieren. Zo vond ik me vorig jaar terug bij een boerderijviering in Twente. Fascinerend vond ik het.
Het kan ook door wilderniskerken zoals Arocha doet. Of het initiatief ‘our father in the wilderness.
Steeds vaker hoor ik de term Keltische spiritualiteit voorbijkomen. Voor de een zal het bevreemdend of zelfs bedreigend overkomen maar ik ken genoeg christenen (zoals Ronald Westerbeek, Johan ter Beek en Lysanne van der Kamp) die heel serieus achter Jezus aangaan en oude tradities herontdekken en bloot leggen voor christenen en zoekers die het in traditionele kerken niet meer altijd vinden. Dominee Jolanda van Baardewijk gaf er een prachtig interview over.
Het zal vast de hoofdmoot niet worden van het christendom in Nederland, maar deze christenen hebben iets ontdekt in de natuur dat hen verbindt met de natuur zelf, maar ook met de Schepper daarvan. Ik doe al een tijd een halfslachtige poging om mee te doen omdat ik er een vreugde en verdriet in proef die nodig is voor mijn ziel en voor deze tijd.
Dus: als je zondag naar de kerk - op welke plek dan ook - gaat, bekijk de omgeving dan eens goed en bedenk eens wat heilige ruimte voor jou betekent.
Tot volgende week!
Henk-Jan, Daan en Nelleke


Zo mee eens. Ons kerkgebouw heeft een hele belangrijke rol in onze kerkplant. #goudslicht