Kan jouw geloof en theologie de wereld aan?
Hoe creëren we een sterk, weerbaar geloof dat houdt in een tijd waarin alles permanent op hoogspanning lijkt te staan? Zo draag je bij aan nieuwe ruimte, gebouwd op het oude.
Niet kunnen omgaan met verschillen, geloof dat wegvalt als het bevraagd wordt, terugtrekken in je eigen heilige bubbel, bang worden voor de toekomst vol onrust en AI. We zien het gebeuren. Hoe creëren we een sterk, weerbaar geloof dat houdt in een tijd waarin alles permanent op hoogspanning lijkt te staan?
Ik (Henk-Jan) schrijf dit stuk op de bank, net voor Oranje moet spelen. Het is al nacht. De avond was lang en rijk en warm. Het was verstikkend heet in het oude stiltecentrum op Hoog Catherijne. Ik vraag me af of de nonnen hebben meegekeken die ooit knokten voor het bestaansrecht van deze plek, een gedachte die ik maar toeschrijf aan het contact met mijn katholieke vrienden.
Ik hoop wel dat die oude nonnen mee keken. Ik denk dat ze het prachtig vonden.
Boven in huis rommelt er iemand. Ik weet niet zeker of het mijn zoon of vrouw is. Rafael van der Vaart begint aan een verhaal op tv. Ik dwaal af en in een van die vele onbewuste swipe-bewegingen die we allemaal rijk zijn, open ik de app van het ND en lees dit stuk van Kees van Ekris. Mijn hart springt op. Hij schrijft over waar het me om te doen is. Hoe behouden we de kern van kerk en christelijk leven en hoe verbinden we dit aan een nieuwe tijd?
Weerbaar geloof
Vanavond probeerden we vanuit ons initiatief Guides iets nieuws op die oude plek: het stiltecentrum. We brachten een groepje online zendelingen en artiesten fysiek bij elkaar voor aanbidding, gebed, een maaltijd, een bijbeloverdenking. Ik denk terug aan de jonge vrouw voor wie we baden, met elkaar. Voor herstel en bemoediging - er klonken - in de taal van mijn charismatische vrienden - profetische woorden.
Ik hoop dat mijn woorden bijdragen aan een weerbaar geloof. Een geloof dat het houdt. Ik sprak over het omarmen van je roeping, het omarmen van een rommelig proces van vorming en herstel en over het omarmen van elkaar omdat Gods missie er een is van ons samen, nooit van jou alleen.
Ik denk dat het ‘lukte’. Dat we met elkaar iets van geloof vonden dat het houdt. Sowieso een relevant thema voor me, ook in mijn familie. Mijn schoonzusje Hanneke maakte net deze serie voor het Nederlands Dagblad over het geloof van haar jeugd dat ze verloren is. Ze lijkt een laatste poging te doen om het vast te houden? Of juist om het los te laten? Er staat in ieder geval iets op het spel. Het woord verloren valt in de serie. Mijn moeder appt Hanneke dat ze een dappere donder is en dat wie niet meer zoekt, verloren is. Ik hoop dat ze gelijk heeft.
Verliezen om te winnen
Het brengt me terug naar het stuk van Kees van Ekris. Het leest tegelijk als een vertroosting, vermaning en aanmoediging om vol te houden door een tijdperk los te laten om de kern van kerk zijn terug te winnen. Een treffend citaat:
“Leiderschap is het erkennen van de verlieservaring, woorden geven aan het feit dat je er ziek van kunt zijn dat een wereld die mij lief is verdwijnt. En zeggen dat je de heimwee-reflex van mensen begrijpt en kent, en tegelijkertijd afwijst.
Want een vitale traditie gelooft in de kracht van de oerpraktijken van die traditie ook in andere tijden. En dus zoek je naar een nieuwe verbeelding, die als een vuurkolom in de woestijn de weg wijst.”
Verliezen om te winnen. Ik droom met hem mee. Het herinnert me aan een beeld dat ik ooit op een zondagochtend kreeg, lopend langs de grachten in Utrecht. Ik zag al die kerktorens, al dat erfgoed dat nog steeds fier overeind stond en tegelijkertijd zag ik dat er zoveel was afgebrokkeld. Stukken Dom op de grond. En ergens droomde ik een beeld van nieuwe gebouwen, gemaakt van die brokstukken, gestut door die oude muren en gebouwd op dezelfde fundamenten. Nieuwe ruimte, gebouwd op, met en tegen het oude.
Kwetsbaar
In september nemen we de groep online influencers mee op een kerkentour in Utrecht onder leiding van sociaal geograaf en theoloog Hendrie van Maanen. Om te begrijpen waar we vandaan komen. Ik weet niet of het werkt. Misschien staat het te ver van deze nieuwe gelovigen af. Maar we gaan het proberen. Het is kwetsbaar allemaal, zowel dat oude en nieuwe, maar ik troost me met de gedachte dat kwetsbaarheid nooit een punt lijkt te zijn voor onze lieve Heer. En ergens hoop ik dat in al die oude kerken er net zoveel ruimte komt voor al die pijn, verlangen, hoop, durf, rommeligheid als er vanavond uitkwam bij dat vreemde groepje nieuwe zendelingen op die oude plek in Utrecht. Het zou ons allemaal goed doen.
#1 Stop met waarschuwen dat theologie een risico is om je geloof te verliezen
Nelleke: Ik sprak de afgelopen tijd een aantal jongeren die theologie gaan studeren (goede keus natuurlijk!). Ze hebben zin in hun studie, maar stuk voor stuk zeiden ze ook dat ze bang zijn om door de studie hun geloof te verliezen.
Eerlijk gezegd maakte mij dat boos. Niet op de jongeren, want die hebben die angst niet zelf bedacht. Maar op volwassenen die dit zeggen. Taal doet ertoe! Ja, het leren van een academische blik op Bijbel, kerkgeschiedenis en spiritualiteit verandert je. Ongetwijfeld wordt er flink geschud aan je geloofsboom, aan de overtuigingen die je als kind en tiener had. Maar je geloof verliezen? Als het goed is, is geloofsvorming in kerken, thuis en op christelijke scholen erop gericht dat kinderen en jongeren stevig wortelen in Bijbel, geloof en een gemeenschap. Zodat weerstand, twijfels en vragen hen niet laten omkukelen, maar juist nog steviger laten groeien. Vanuit het verlangen dat ze - waar ze ook geroepen worden - vrucht mogen dragen.
Als jongeren hun geloof verliezen door meer kennis en kritische vragen, wat voor geloof hebben ze dan meegekregen? In plaats van angst voor twijfel en ingewikkelde vragen, hebben jongeren volwassenen nodig met een ‘hernieuwd onbevangen’ geloof, de tweede naïviteit, zoals Paul Ricoeur dat zo mooi omschreef. Mensen die door de ‘desert of criticism’ zijn heengegaan, geloofstwijfel hebben ervaren, maar daarachter meer diepte en rijkdom in God ervaren hebben en gelovig leven in allerlei omstandigheden. Predikanten, jeugdleiders en docenten die zeggen:
‘Jouw vragen zijn niet gevaarlijk. Ik ken ze. Laten we ze samen in geloof aangaan in vertrouwen dat er aan de andere kant een dieper en rijker geloof is dat vrucht kan dragen in deze tijd waarin wij geplaatst zijn.’
Pastor Mark Reynolds geeft in dit artikel goede tips wat dit betekent voor jouw werk in de kerk.
Natuurlijk raakt theologie studeren en uitoefenen ook je geloofsleven. En bestaat het risico dat je een beroepsgelovige wordt. Daarom laaf ik me aan wat een aanstormende theologiestudente zei: ‘Ik ga zorgen dat ik plekken heb waar mijn persoonlijk geloof gevoed wordt, zodat geloof niet alleen iets van mijn hoofd wordt.’
Tip: ik mocht deze week aanhaken bij een paar eindgesprekken met studenten van het basisjaar van de Evangelische Hogeschool. Indrukwekkend hoe zo’n jaar bijdraagt aan persoonlijke vorming, geloofsontwikkeling en helderheid bij het maken van een studiekeuze. Aanrader!
# 2 Sta voor een stevige, eigen traditie en theologie
Daan: Een van de boeiende ontwikkelingen van deze tijd, is dat denominaties opnieuw waarde krijgen. Mensen zoeken stevige plekken die weten waar ze voor staan. Eerder sprak ik al eens iemand van de HGJB. Die zei: “we moeten weer echt hervormd worden”. Wat dat betekent in onderwijs, liederen en dergelijke, dat was de zoektocht. Maar het betekent in ieder geval niet te evangelisch.
Ik beluisterde een interessante podcast van Speak Life met Glen Scrivener die commentaar gaf op een gesprek tussen de oosters-orthodoxe Jonathan Pageau en de baptist Gavin Ortlund. Daarin gaat Scrivener ook in op de vraag wat de kracht van de protestantse traditie is: de rechtvaardiging door geloof. Zeker protestantse kerken doen er goed aan om weer te formuleren, te doorleven en uit te dragen wat de waarde is van hun traditie en theologie.
Om een weerbaar geloof te ontwikkelen zijn ook voorbeeldfiguren cruciaal, meenden we als Verspieders en daarom leek het ons mooi om alle drie iemand in onze omgeving in het licht te zetten.
# 3 Robbie van Veen
Henk-Jan: Voor mij is bijbelleraar en spreker Robbie van Veen zo’n voorbeeld, hoewel het lastig kiezen is met mensen als Dirk, Klaas, Anja, Joost, Paul en Godwin in mijn leven. Ik ben rijk gezegend.
De afgelopen maanden mocht ik veel met Robbie optrekken en zag ik dat hij veranderd is. De afgelopen jaren heb ik hem zien worstelen met zijn roeping, het christelijke wereldje, met God zelf. Maar die worsteling heeft hem verrijkt. Robbie is in zijn worsteling al een voorbeeld, maar wat me de afgelopen maanden met name opviel is de enorme ontspanning waarmee hij toeleefde naar optredens op Opwekking (voor 30.000 jongeren) en de EO jongerendag. Geen greintje stress. Weinig ego.
Robbie is op een punt gekomen dat hij zijn roeping omarmt, maar zich niet laat beheersen door de druk die dat meebrengt. Ergens kan dat alleen als je je positie of je roeping ook durft te verliezen. Het resoneert omdat ik zelf in een proces zit waarbij ik ook mijn rol in Gods Koninkrijk terug geef aan God. Ik daag Hem een beetje uit. Als ik mag doorgaan met mijn werk dan omarm ik dat, maar als ik hovenier (of iets anders) moet worden, dan is dat ook oké. Ik hoop op meer christenen die volop omarmen wat ze gegeven is, maar het durven loslaten als God dat van ze vraagt. Ik ben dankbaar dat Robbie me daarin voor gaat.
# 4: De hervormde theoloog Van Ruler
Daan: In oktober verschijnt Echt mens blijven. Het is een boek dat ik schrijf met Willem-Jan de Hek over oorspronkelijk leven in tijden van artificial intelligence. Daarin spelen twee hervormde theologen een gidsende rol: Van Ruler en Miskotte. Vooral bij Van Ruler heb ik veel geleerd over de levenshouding van een christen. Dus ik kies hem als voorbeeld. Van Ruler schrijft over het geestelijk vs het aardse leven:
“Het geestelijk leven is niets anders dan een wijze, namelijk de rechte wijze, waarop men het tijdelijke beleeft. Het ware geestelijke, bevindelijke, innerlijke leven is de beleving van het tijdelijke leven voor Gods aangezicht, als lofzeggende dienst. Dat geeft ook zijn mystieke en sacramentele aspecten, maar de culturele en politieke zijn voor God op zijn minst van precies hetzelfde gehalte en van precies dezelfde betekenis.”
Het doel van een christen is daarmee bijdragen aan vernieuwing.
“Christenen mogen zich niet opsluiten in een veronderstelde heiligheid of afwachtend de wederkomst van Jezus afwachten. Nee, de schepping en de mens zijn het doel. Niet de verlossing. De kerk is bedoeld voor de wereld. Het heil dat Jezus schenkt, wil alles vernieuwen - de wereld moet de gestalte van Zijn liefde krijgen. Dit vraagt strijd, geworstel en gestuntel.”
Van Ruler is zich tegelijk zeer bewust van de zonde en het kwaad in de wereld. Maar hij laat zich er niet door afleiden: “de bittere en diep-ernstige realiteit van de zonde mag ons geen ogenblik storen in onze christelijke waardering van het aardse leven. We lopen niet weg voor zonde en kwaad, maar gaan er juist op in. De kerk draagt volgens Van Ruler de zonde en mag zich daarom nooit van de wereld afwenden omdat die te zondig zou zijn. Doen we dat wel, dan vervallen we in vrome oppervlakkigheid. Stel dat God dat had gedaan? Dan had Jezus de wereld niet met God verzoend. De verlossing is de verlossing van het hele aardse leven uit de macht van de zonde, geen verlossing weg van de wereld.
In deze levenshouding wordt je, als het goed is, gevormd in het kerkelijke leven. Daarom zijn denominaties nog steeds van belang en de waardering van traditie.
#5: Dominee Martin van Oordt
Nelleke: Soms kom je een term tegen die je nog nooit hebt gehoord, maar meteen resoneert. Dat gebeurde toen ik in de Waarheidsvriend een interview mezijnSimon Polinder las. Als christen sta je volgens hem ‘assertief-tragisch’ in de wereld. Je weet dat je moet handelen - en dat doe je ook - en tegelijkertijd weet je dat je onontkoombaar fouten gaat maken. Het raakt aan wat Daan hierboven omschrijft vanuit de theologie van Van Ruler.
Mensen met zo’n levenshouding inspireren mij die: mensen die zelfverzekerd, ontspannen en actief leven zonder te pretenderen dat hun weg zonder fouten of de enige juiste is. Dat zijn dus (juist) meestal niet de mensen die de meeste aandacht zoeken en krijgen. Heel gewone gelovigen.
Ik denk bijvoorbeeld aan mijn predikant, Martin van Oordt. (Al wordt hij waarschijnlijk zelf ongemakkelijk dat ik hem noem). Ik waardeer zijn onopgesmukte eigenheid en oprecht geloof. In het contact met jongeren merk ik hoe hij verlangt dat zij als volgeling van Jezus leven en hoe belangrijk Bijbelkennis - en de inspiratie van Calvijn :-) - daarbij is. En ik ervoer tijdens catechisatie dat jongeren dat oppikken. Hij laat in zijn preken en zijn werk zien dat vertrouwen op Jezus het allerbelangrijkste is en dat dit merkbaar is in je hele leven. Dat je focus niet ligt op alles wat er in de wereld gebeurt, maar op Christus. Hij is onze hoop, wat er ook gebeurt. Dat is niet vaag. En ook niet perfect. Hij is ook eerlijk over zijn eigen falen.
In onze gemeente zitten een heel aantal jongeren voor wie een fietsvakantie van Chadash, waarbij Martin betrokken is, levensbepalend is geweest. Grensverleggend en vernieuwend!
Dus, als christen-zijn in deze tijd voelt als een permanent functioneren in code rood, houd je dan aan het hitteprotocol. Tempo omlaag, alleen doen wat noodzakelijk is, dichtbij het levend water, in de schaduw van de Allerhoogste en let op de mensen die het moeilijk hebben.
Tot de volgende.
Daan, Henk-Jan en Nelleke

